uit klein hoefblad maart 2000
UITZICHT OP HET NOORDEN
In de jaren 1995 t/m 1997 maakte ik vele natuur-omzwervingen in het Utrechtse Vechtgebied. Daar stuit je op markante elementen in het landschap: de 17de en 1 8de eeuwse buitenplaatsen en de nog oudere kastelen. Ik maakte beschrijvingen van verschillende wandelingen langs de oevers van de Vecht en leerde de Stinzenplanten kennen. Een naam die associeert met een ander landsdeel, waar ik nu woon: Friesland.Die planten zijn heel intrigerend, cultuurverbonden natuur. En hier hoef ik er niet ver voor te reizen, evenmin trouwens als vanuit Almere. Door de naam lijkt het alsof Friesland het privilege zou hebben op de groeiplaatsen van Stinzenplanten, maar dat is zeker niet zo. Stinzenflora vinden we niet alleen in Friesland en langs de Vecht, maar ook in parken en tuinen bij de binnenduinen in Noord- en Zuid Holland en rond Groninger borgen. Dat de naam Stinzenplanten nu algemeen door biologen wordt gebruikt is wel een eer voor de Provinsje Fryslan. De speciale interesse voor deze oude bol- en knolgewassen op hun bijzondere standplaats is hier voor het eerst ontstaan. Jac. P. Thijsse besteedt wel aandacht aan sommige soorten tijdens zijn verkenningen langs de Vecht in 1910 maar noemt nergens die groepsnaam. Pas wat later duikt die op - in 1923 - toen schreef Botke: It is in opmerkelik forskynsel dat oeral dêr it Stinzen steane et Stinzen stien hawwe fen dy aerdige planten fynt, dy men op oare plakken net mear sjocht. Ek by de Skierstins komme sokke Stinzenplanten foar> (Vertalen overbodig?.)
Alle Stinzenplanten soorten horen van nature elders thuis: centraal Europa, zuidoost Europa. Zij zijn ooit door mensenhand hierheen gebracht, net zoals onze exotische sierplanten in het voortuintje. In de middeleeuwen, toen in Friesland het getij de Middelzee nog in- en uitstroomde, stonden hier heel wat Stinzen. De meesten zijn in de loop der eeuwen verdwenen en waar ze ooit stonden, maar nooit iets werd herbouwd, staan geen Stinzenplanten. Bij enkele overgebleven Stinzen en bij de states die later vaak op dezelfde plek van de oude Stinzen werden gebouwd, vinden we een ryke Stinzenflora. Ongetwijfeld hebben del6de en 17de eeuwse bewoners de planten ingevoerd. En die kwamen terecht in een milieu waar ze zich uitstekend thuis voelden. In losse, poreuze grond die vele generaties was verbeterd, door het opbrengen van paardenmest en eikenschorsmot afkomstig van leerlooierijen.
Een gunstige omstandigheid was nog dat er in de 1 8e eeuw een verandering in de stijl van aanleg van tuinen en parken kwam. Van de strakke franse stijl kwam toen meer en meer de Engelse landschapsstijl in de mode. Vijvers werden gegraven en grachten met bruggetjes, heuvels met de uitkomende grond opgeworpen, slingerende paden met schelpen van het wad aangelegd. In die nieuwe natuurlijker tuinen konden Stinzenplanten zich ongeremd ontwikkelen en uitbreiden.
:
Stinzenplanten in FrieslandAnemoon, gele Anemone ranunculoides Daslook Allium ursinum
Aronskelk, gevlekte Arum maculatum Holwortel Corydalis bulbosa
Bosanemoon Anemone nemorosa Sneeuwklokje Galanthus nivalis
Bostulp Tulipa sylvestris Voorjaarshelmbloem Corydalis solida
Crocus Crocus tommasinianus Winterakoniet Eranthis hyemalisPlekken in midden Friesland waar de voorjaarsbloei van deze planten te bewonderen is: Epema State in Ysbrechtum (bij Sneek), Jongerna State in Raerd (natuurpark It Fryske Gea) en Heerema State in Joure. De beide laatste parken zijn openbaar toegankelijk. Het plan is om in maart een state te bezoeken voor een stinzenplantenexcursie. Op dit moment ligt de organisatie nog niet vast. Het is de bedoeling om het in samenwerking met de IVN-afdeling It lege Midden binnen hun programma te doen.
Voor nadere inlichting: 0566-689988
John ZwartLiteratuur:
Stinzenplanten in Nederland, M.T. Jansen en D.T.E. van de Ploeg, Fryske Academy/KNNV
Stinzenplanten, D.T.E. van de Ploeg, Friese Pers Boekerij
Untdek de Fryske Natoer, It Fryske Gea