SLAKKEN, DE MOEITE WAARD OM BIJ STIL TE STAAN
Uit Klein Hoefblad voorjaar 2002

Slakken
Ben je ook zo dol op slakken, ga je voor elk slakje dat je pad kruist door de knieën om dit fascinerende diertje eens goed te bestuderen. Of ben je iemand die constant oorlog voert tegen dit nietige diertje dat in jouw ogen een uitroeiing regiem voert in je oh zo nette tuin. Of ben je iemand die geen enkele belangstelling voor dit diertje kan opbrengen omdat je alleen in gevleugelde dieren geinterresseerd bent en daar slakken niet vliegen, ze dus maar laat voor wat ze zijn.

Feit is dat slakken een leuk onderwerp voor gesprek zijn, vooral tussen de haters en niet haters. Want bijna iedere beginnende tuinman in Almere krijgt vroeg of laat met ze te maken. Vooral de eerste jaren na het betrekken van een nieuwe woning merkt menigeen dat slakken een ware plaag in de pas aangelegde tuin kunnen zijn. Iets wat de wanhopige tuinman of vrouw naar chemicaliën of oma's huismiddeltjes doet grijpen om deze plaag in te dammen. Wat meestal slechts tijdelijk helpt, want wanneer de tuin eenmaal slakvrij en gif vrij is, dan komen gewoon de buurslakken in grote getale toegestroomd. Daarnaast helpt het gif ook de vijanden van de slak om zeep, zoals de egel en de pad, die ziek worden omdat ze giftige slakken hebben gegeten. De Egelopvang zit vol met zulke slachtoffers.

De segrijnslak
De slak die zo massaal het groen in de pas aangelegde tuin verorberd is de segrijnslak, een van de grootste huisjesslakken van ons land. Deze slak is een van de eerste die de tuinen van de nieuwkomers begint te bevolken. Voldoende kalk in de bodem (want de polder was eerst zeebodem) en weinig vijanden(die trekken pas later de tuinen in) en een sappige voorraad pasgekweekte plantjes uit het tuincentrum doen hun nakomelingen in grote getale en snel tempo groeien en de mooi aangelegde tuin ontgroenen. De slakken komen mee met gekregen plantjes van goedwillende vrienden, de plantjes uit het tuincentrum en mogelijk via de veren van bezoekende vogels, waarop jonge exemplaartjes meeliften.

Natuurvriendelijk verdelgen
Uiteraard kan het slakken overschot in de tuin ook milieuvriendelijk worden aangepakt. Bijvoorbeeld door het overschot, handmatig weg te vangen en op te eten of ergens anders in de natuur te droppen. Ook het bevorderen van de komst van de natuurlijke vijanden naar je tuin is vooral op de langere termijn heel doeltreffend.
Een vrij recente mogelijkheid is het gebruik van aaltjes, minuscule rondwormpjes, die op de slak parasiteren en deze met behulp van bacteriën om zeep helpen. Deze zijn te bestellen bij het tuincentrum.

Natuurlijk evenwicht
Als je verleiding van massaal verdelgen kan weerstaan, dan zul je zien, dat je tuin mettertijd in evenwicht komt. In plaats van een enkele slakkensoort zullen er verschillende soorten zijn. Van een plaag is dan geen sprake meer omdat er voldoende dieren, zoals insecten, egels, vogels en kikkers, in je tuin aanwezig zullen zijn die hun buikjes vullen met slakken.

Diversiteit
Zo vlak na de winter, wanneer de natuurtuinliefhebber weer begint te rommelen in zijn tuin kan deze eens goed zien hoeveel soorten slakken er in de tuin gevestigd zijn. Een biologisch ingerichte tuin levert een schat aan lege slakkenhuisjes op. Vraat- en breeksporen geven enige indicatie wie de slakken opgepeuzeld hebben of dat ze een meer natuurlijke dood zijn gestorven aan uitdroging of vorst.
De verschillende soorten slakkenhuisjes die gevonden worden weerspiegelen het evenwicht in de tuin, hoe meer soorten, des te beter is het evenwicht in de tuin. De opmerkzame tuinman zal ook binnen een soort nogal wat variatie in tekening vorm en kleur tussen de slakkenhuisjes ontdekken. Heel misschien wordt er wel een afwijkende vorm gevonden, waarin de slak niet een rechtsdraaiend huisje heeft, maar een linksdraaiend.
De lege huisjes worden iets later in het voorjaar door vogels stuk gepikt en opgegeten, omdat ze voor de productie van eieren kalk nodig hebben. Kunnen vogels dit niet, dan worden hun legsels kleiner en de eierschalen zwakker, waardoor deze vaak voortijdig breken.

Proef
Slakken zijn in feite hele boeiende en makkelijk te onderzoeken dieren. Iedereen kan met een klein onderzoekje in zijn tuin van start gaan. Het enige wat de onderzoeker nodig heeft is wat tijd en een paar flesjes met verschillende kleuren nagellak. Zoek in de tuin wat grote slakken, bijvoorbeeld exemplaren van de segrijn-, tuin- of heesterslakken. Maak een plattegrondje van de tuin en noteer waar de slak aangetroffen wordt. Geef de slak een klein stipje nagellak op zijn huisje, zo klein mogelijk om het dier niet te beschadigen, op een duidelijk zichtbare plaats. Het onderzoek kan daarna beginnen. Kijk regelmatig in de tuin waar de gemerkte slakken zich bevinden en noteer dat op de plattegrond, noteer het ook wanneer je proefslak onvindbaar is en alle andere bijzonderheden, die van belang kunnen zijn, zoals datum, tijd, weer, temperatuur, plant of wat de onderzoeker nog meer kan bedenken. Bij droogte en vorst kunnen slakken zich nogal eens verstoppen om tijdelijk in rust te gaan, tot de weersomstandigheden weer beter zijn.
Als het proefje lukt (afhankelijk van of de onderzoeker het onderzoek volhoud) krijg je leuke waarnemingen over de verplaatsingen van slakken in je tuin.

Bioindicator
Doordat slakken zich nogal langzaam verplaatsen zijn deze dieren goede indicatoren om te zien hoe het met de biodiversiteit en de staat van een terrein is gesteld. Het voorkomen van zeldzame slakken kan een indicatie zijn dat het terrein de moeite waard is om beschermd te worden. Sommige slakken migreren heel langzaam en anderen kunnen heel snel in een terrein aanwezig zijn. Voor onze polders geldt natuurlijk in hoeverre de slakken populatie van onze natuurgebieden, die van de oudere gebieden op het oude land weerspiegelt. Ook hoe de slakken er komen is natuurlijk een boeiend fenomeen. Men vermoedt dat bij sommige soorten juveniele dieren (jonge dieren) op de veren van vogels meeliften naar andere terreinen.

Atlasproject
Een aantal Macologen (slakkendeskundigen) is samen met de NJN (Nederlandse jeugdbond voor Natuurstudie) bezig de mollusken van Nederland te inventariseren. Slakken en schelpdieren behoren tot de weekdieren (mollusken). Voor de in slakken geinterresseerde natuurliefhebber is dit een leuk project om aan mee te doen. Er is weinig voorkennis voor nodig, wat vrije tijd, een goed gidsje en een sterke loep zijn voldoende om mee te kunnen doen.
Het atlasprogramma voor mollusken onderzoekt wordt hoe de slakken en andere weekdieren (schelpen) over Nederland zijn verspreid. Net zoals andere atlas programma's dat doen (vogels, planten en zoogdieren). De doelstellingen zijn een atlas te maken van de in Nederland voorkomende soorten en daarbij te kijken of slakken enigszins bedreigd worden en of de slakken in aantallen achteruit dan wel vooruit gaan. Vooral de wat zeldzamer slakken hebben daarbij de aandacht. Met de gegevens zal geprobeerd worden om een rode lijst van bedreigde slakken en schelpen te vormen. Voor wie mee wil doen kan zich aanmelden via de website.
Ook individuele waarnemingen kunnen via snailmail gemeld worden.

Website atlasproject

Meer weten over slakken;
Elseviers Slakken gids, een goede gids
Land en zoetwater slakken van de Benelux, een aardig gids van de jeugdbond voor natuur en milieubescherming.
De Nederlandse zoetwatermollusken, recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water, een mooi geïllustreerd boek met veel informatie over vooral waterslakken.

Wikipedia slakken

Alice Bakker

De Segrijnslak, Helix Aspersa

Breed tot 3,5 cm, hoog tot 4,5 cm, maximaal 4 windingen, die zeer snel in grootte toenemen; ribbelige structuur (hamerslag sculptuur), kleur slakkenhuis geelbruin tot paarsachtig, met gevlekte en vlamachtig tekening. Enkele (0-5) banden zichtbaar. Navel is geheel bedekt.
De slak is geschikt om te eten. De slak is zelf weinig kieskeurig wat zijn voedsel betreft. De slak wordt in heel Europa aangetroffen, vooral in tuinen, bossen, parken en langs de kust.
De slakken zijn hermafrodiet en gebruiken bij de paring een liefdespijl.

Home - Archief