uit klein hoefblad maart 2000

"VERHALEND ONTWERPEN"

Tijdens de uitwisselingsdag voor docenten van alle Flevolandse afdelingen op zaterdag 22 januari was er na het uitwisselen van ervaringen en cursussen een moment om kennis te maken met "verhalend ontwerpen". Verha-lend ontwerpen is iets wat Joop Delfgaauw toepast in de klas van de basisschool waar hij werkt. Hieronder staat beschreven hoe dat in zijn werk kan gaan, dat wil zeggen hoe wij dat op deze dag ervaren hebben.


We krijgen allemaal een plaatje in handen van een jongetje dat eenzaam op zijn kamer zit met tranen in zijn ogen. Het is een plaatje uit het boek "Tom Tit" van Annie M.G. Schmidt. "Hier zien jullie een plaatje van Tom Tit" verteld Joop. "Tom Tit is net thuis van school en de grote vakantie staat voor de deur. Maar je ziet dat hij helemaal niet blij is. Wat zou er aan de hand kunnen zijn?" We kijken naar het plaatje en zien een verdrietige Tom, met heel grote oren en met voor zich een tekeningetje van hem, waarbij heel grote oren weer opvallen. Behalve grote oren heeft hij trouwens ook nog een grote en scheve neus. Joop vertelt dat Tom gepest wordt met zijn oren en zijn neus. Dat is ook de reden dat hij maar weinig vriendjes heeft en daarom is hij ook niet zo blij met de vakantie. Want wat moet hij nou al die tijd gaan doen? Maar daar is de postbode met een brief. Voor Tom, die anders nooit post krijgt. Het blijkt een brief van zijn oom te zijn, die eerste minister geworden is op een eiland. Op dat eiland is nu een groot probleem en deze oom denkt dat Tom hen kan helpen. Of hij alsjeblieft maar zo gauw mogelijk wil komen. Tom is blij verrast te horen dat zijn oom gelooft dat hij het probleem zou kunnen oplossen en vraagt of hij gauw komt. Hij wil er meteen naar toe. Tom weet een korte route naar zijn oom, nl dwars door het bos. Het bos kent hij heel goed, want daar zwerft hij heel vaak rond.

Met de hele groep gaan we naar buiten om Tom's tocht mee te maken. We stappen door de bosjes, klauteren over afgevallen takken heen, kruipen onder andere takken door, want dat is de kortste route. Tom kent het bos niet alleen heel goed omdat hij er zo vaak loopt, hij kent het ook heel goed omdat hij alle geluiden kent. Want daarvoor zijn zulke oren als hij heeft heel handig. "Proberen jullie ook maar eens om je oren groter te maken" zegt Joop terwijl hij het zelf voordoet met zijn handen om zijn oren. We luisteren goed naar alle kanten en iedereen vertelt wat hij voor geluiden hoort. We lopen weer verder tot een open plekje in het bos. "Tom had trouwens ook nog grote voeten. Maar daar kon hij wel heel zacht mee lopen", vertelt Joop. "Probeer maar eens zo zacht te lopen, dat de dieren in het bos je niet kunnen horen". Iedereen sluipt een poos verder. Bij een grote plek met mos, herinneren we ons dat hij ook een grote neus had, daar kon hij vast heel goed mee ruiken. Wij moeten om goed te ruiken vaak iets een beetje tussen onze vingers stuk wrijven, maar dan kunnen wij ook veel ruiken. We ruiken aan van alles en worden ons bewust van de vele geuren in het bos. Tom was helemaal niet zo slecht af eigenlijk, met die oren en die neus. Na nog een aantal van dit soort ervaringen komen we bij de rand van het bos. Hier krijgen we te horen wat het probleem is van de eilandbewoners waar Tom's oom eerste minister van is. Ze zijn de seizoenen kwijt! Hoe moeten ze die nu terug vinden? ………………….

Dit hele verhaal is een soort van geleide fantasie waarmee met name bij kinderen de fantasie enorm geprikkeld kan worden en waarbij zo'n verhaal als het ware alle kanten op kan gaan.
Joop is leerkracht in het basisonderwijs en vertelt dat hij met zo'n verhaal zo twee weken bezig kan zijn in de klas, waarbij allerlei aspecten aan bod kunnen komen. Natuurbeleving is in bovenstaand stuk al duidelijk naar voren gekomen. In de klas werd het idee geopperd om een brief te schrijven naar de eerste minister met een voorstel. En zo kon mooi aan de orde komen hoe je dat dan moet doen, een brief schrijven. Er werd meteen een taalles aan gekoppeld. Of ze bedenken als oplossing voor het probleem dat ze iets van alle seizoenen zullen tekenen. Moeten ze natuurlijk eerst nadenken over de opvallende verschijnselen van alle seizoenen. Andere kinderen kunnen dingen gaan verzamelen die karakteristiek zijn voor een bepaald seizoen en daar een collage van maken.

Een dergelijke manier van werken is natuurlijk ook toe te passen tijdens een cursus of een excursie. Allerlei verhalen zijn hiervoor als uitgangspunt te nemen.
Marlies Wapstra

Home - Archief