Verslag van de IVN bomenknot actie in het Kromslootpark
op zondag 19 maart 2000
door Herbert Koster
Het was zondagochtend en de weersvooruitzichten waren prima voor een aktieve dag in de natuur; het zou droog blijven, de zon zou zich laten zien en bij een temperatuur van zo'n 10 graden zou het goed werkweer zijn.

De opkomst was
enorm
Toen ik dan ook even voor 10 uur kwam aanrijden met mijn zoon was het al erg druk. Een grote groep mensen stond al te wachten met rugzakjes met proviand, sommigen met een zaag of een snoeischaar in de handen. Voor mij was het de tweede keer dat ik een IVN-knotaktie in het Kromslootpark mee zou maken. De eerste keer was zo'n 6 of 7 jaar geleden; precies weet ik het niet meer. Wat ik me nog herinner was dat wij toen een aantal takken in de grond hadden gestoken en dat bleken nu volwaardige wilgen te zijn die in de tussentijd al een keer geknot waren. De groep mensen was heel verschillend van samenstelling; er waren gezinnen met kinderen er waren wat ouderen en er waren jongeren. Onder aanvoering van Joop (van het IVN) gingen we naar de ca. 50 knotwilgen die hoognodig van hun pruik verlost moesten worden. Het was vier jaar geleden dat ze voor het laatst geknot waren en het waren dan ook forse takken die verwijderd moesten worden.
De Jassen gingen al
snel uit!
De knotwilgen staan langs een slingerpaadje nabij de schuilhut en zijn jaren geleden "geadopteerd" door het IVN Almere.
Uiteindelijk bleek er op deze zondagmorgen een geweldige opkomst te zijn. Bij een globale telling bleken er zo'n 50 personen aanwezig te zijn. De grote groep verspreidde zich over de beschikbare bomen. De te knotten wilgen worden meteen in beslag genomen door groepjes personen. Binnen zeer korte tijd werden door de groep zo'n 25 wilgen onder handen genomen en de eerste forse takken vielen daarna snel, onder afwisselend geroep als "van onderen" en "pas op", gevolgd door gekraak en gedreun. Aangezien de bomen vier jaar geleden voor het laatst waren geknot waren er zeer forse takken bij van zo'n 10 à 15 meter met een doorsnee van 10 cm. Het was dus hard werken geblazen en mede door het fraaie voorjaarsweer gingen al gauw de eerste jassen uit.

Jong geleeerd, oud gedaan
Rond 12 uur kwam er warme koffie en thee en voor de kinderen was er limonade. De groep streek neer bij de schuilhut en men genoot van de lentezon. De lunchpakketten kwamen tevoorschijn en je zag een hoop bezwete gezichten, hier en daar een schram, maar iedereen was erg enthousiast. Sommigen genoten zo van het werk in de natuur dat zij zich meteen wilden opgeven voor een volgende knotaktie en er waren mensen die zich opgaven als lid van het IVN.

Even tijd voor een
boterham
Na de lunchpauze werden de overige bomen onder handen genomen en door de vele handen was het knotwerk rond 13.00 uur gedaan. Een aantal mensen verzamelde takjes die inmiddels aan het uitlopen waren; weer anderen zag ik sjouwen met grotere takken voor een schutting of afscheiding thuis.
Het eindresultaat, wilgen zonder
pruik.
Ik kijk terug op een heel geslaagde dag, mede door de inzet van een grote groep mensen die samen in de voorjaarszon een knap staaltje werk in een paar uur tijd wisten te volbrengen.

Knotbomen op een rij
Knotbomen ontstaan door bomen van jongst af aan regelmatig op een bepaalde hoogte af te zagen. Er vormt zich dan een dikke knobbel van wond- en bastweefsel, de knot. Het meest gebruikt wordt de schietwilg, maar ook andere boomsoorten kunnen als knotboom gevormd worden, bijvoorbeeld populier, es, els en iep. In het Kromslootpark zijn het de schietwilgen.

Vroeger hadden knotbomen een functionele toepassing; van de twijgen werden fuiken of manden gemaakt of het werd gebruikt als veevoer. De dikkere takken waren bestemd voor het maken van hekken, bonenstaken, gereedschapsstelen en brandhout
Tegenwoordig heeft de knotboom geen functionele betekenis meer en dreigt daarom uit het landschap te verdwijnen. Dat is nu precies de reden dat het IVN-Almere een aantal van deze karakteristieke bomen wil beheren. Overigens, met name de knotwilgen zijn niet alleen van belang voor de aankleding van het landschap. Wilgenhout rot vrij gemakkelijk. De holle stammen en knotten worden door grotere vogels en dieren gebruikt als overwinter-, broed-, en rustplek. De spleten en kleinere holten worden bezet door allerlei vogels, muizen en insekten. Op de stam groeien mossen en algen. In het rottende hout of in de knot komt soms een compleet "bos" voor: vlier, liguster, braam, varens, fluitekruid.

Mooi resultaat van dag hard
werken.
(vrij uit: "Landschapbeheer", uitgave van het IVN)
tekst en foto's; Herbert Koster
25/3/2000